DE VERSTREKKENDE GEVOLGEN VAN MANTELZORG STRESS #TIPS

Voor veel mantelzorgers is het niet meer dan logisch om er voor een dierbare met een zorgvraag te zijn en zij zetten vaak alles op alles om maar te kunnen (blijven) zorgen. Heel mooi natuurlijk! Maar waar niemand rekening mee houdt, is dat er ook veel verandert. Neem alleen maar de verschuiving in de (familie) rollen en de emoties die het gevolg zijn van mantelzorg. Ik kan er zelf inmiddels een aardig boekje over open doen na drie en een half jaar zorgen voor mijn vader.

Boosheid, frustratie, vermoeidheid, ongeloof, eenzaamheid, verdriet en rouw zijn emoties die elkaar vaak in een rap tempo opvolgen. Emotionele en lichamelijke mantelzorg stress… Het schijnt allemaal heel normaal te zijn maar als je er te lang mee te maken hebt, kan het wel degelijk verstrekkende gevolgen hebben.

Zo blijkt bijvoorbeeld dat mensen die mantelzorgstress hebben zeer kwetsbaar zijn als het aankomt op gezondheid, depressiviteit, financiële problemen en sociaal isolement. Zo las ik op een Amerikaanse website dat je meer risico loopt als je veel uren mantelzorg geeft, je een vrouw bent, lager opgeleid bent, onder één dak woont met degene waar je voor zorgt en geen keuze hebt gehad om wel of niet te mantelzorgen. Als mantelzorger ben je vaak totaal gefocust op de persoon waar je voor zorgt, zonder er erg in te hebben dat je je eigen gezondheid verwaarloosd. Als je niet uitkijkt kan je zelfs overbelast raken en ligt een burn-out op de loer.

Hoe herken je mantelzorg stress? 
– Je kunt je overweldigt voelen of constant bezorgd om alles
– Je slaapt te weinig of juist te veel
– Je gewicht neemt toe of je verliest juist veel kilo’s
– Je voelt je steeds boos en geïrriteerd
– Je verliest je interesse voor activiteiten die je altijd wel leuk vond
– Je voelt je steeds verdrietiger
– Je hebt veel lichamelijke klachten als hoofdpijn en pijn in je lijf
– Je kunt zelfs kwetsbaarder zijn voor alcohol, drugs of medicijn misbruik

Hoe kun je dealen met mantelzorg stress?

Accepteer hulp. Maak een lijst met zaken waar je hulp bij kunt gebruiken en laat degene die je willen helpen een keuze maken uit de dingen die het beste bij hun kwaliteiten passen. De een is bijvoorbeeld een kei in het op orde brengen van die verwaarloosde administratie en de ander vindt het misschien fijner om een paar keer in de week op je dierbare te passen of om boodschappen voor je te doen.

Focus op wat je al bereikt hebt. Echt niemand is de perfecte mantelzorger en het is dus heel normaal dat je je  zo nu en dan schuldig voelt. Blijf in jezelf geloven. Je kunt nou eenmaal niet meer doen dan je best. Maak voor jezelf realistische doelen.  Grote taken hoeven niet in één keer af en kunnen best in kleinere delen opgesplitst worden. Stel prioriteiten, maak handige to do lijstjes voor jezelf en volg een dagelijks en vaste routine bij het zorgen. En – heel belangrijk – zeg gewoon nee als mensen je vragen om iets voor hen te doen waar je eigenlijk geen tijd voor hebt.

Zoek verbinding met lotgenoten. Zoek of er in je omgeving een groep van lotgenoten is. Kijk anders online, er zijn veel mantelzorg groepen of platforms zoals deze, waar je contact kunt maken met andere mantelzorgers. Er zijn ook veel lotgenotengroepen van mantelzorgers voor mensen met een bepaalde ziekte, neem bijvoorbeeld FTD Lotgenoten. Google maar eens op de naam van de ziekte in combinatie met het woord ‘lotgenoten’. Juist in dit soort lotgenoten groepen, zul je veel begrip krijgen en antwoorden vinden voor jouw specifieke situatie. Ik weet voorbeelden van mensen die in dat soort groepen hele dierbare vriendschappen met lotgenoten hebben opgebouwd.

Maak tijd voor familie en vrienden. Probeer om je vriendschappen en familiebanden zoveel mogelijk te onderhouden. Ik weet hoe moeilijk dat soms kan zijn maar het is wel heel belangrijk. Juist familie en goede vrienden kunnen zich vaak goed voorstellen hoe moeilijk jouw situatie is, zij kennen je door en door en zullen minder snel boos of teleurgesteld zijn, als jij stoom af moet blazen en misschien niet helemaal jezelf bent.

Bedenk voor jezelf hoe je stress het beste kunt verminderen en doe er iets mee! Ga wandelen in de natuur, bel een goede vriend, ga sporten, schrijf in een dagboek, neem een lekker warm bad, ga naar de sauna, shop till you drop, werk in je groentetuin , lees een goed boek, luister naar muziek, of wat dan ook.
Alles is goed, als jij je maar even kunt ontspannen in tijden van stress.

Zorg voor een gezonde levensstijl. Ik weet uit ervaring dat mantelzorg stress vaak samen gaat met te weinig slaap en te gemakkelijk (ongezond) eten. Je hebt immers geen tijd of zin om uitgebreid voor jezelf te koken, als je midden in heftige problemen zit. Toch is het wel heel erg belangrijk om goed voor jezelf te zorgen, juist in tijden van stress.

Begin je dag dus sowieso met een goed ontbijt en eet de rest van de dag als het etenstijd is. Echt, regelmaat is heel belangrijk in jouw situatie. Het houdt je energie op pijl en je geest open. Verminder het gebruik van cafeïne en suiker. Soms denk je dat snoepen je helpt maar de suiker en cafeïne werken op den duur tegen je. De tijdelijke verhoging van deze stoffen in je lijf helpen misschien voor heel even maar eindigen uiteindelijk in een vermoeid en futloos gevoel. En hoe minder je van deze stoffen neemt, hoe beter je je uiteindelijk gaat voelen en hoe beter je zult slapen.

Probeer zoveel mogelijk om alcohol, sigaretten en pillen te mijden. Je denkt misschien dat het je helpt om stress te verminderen maar drinken, roken en pillen slikken helpen je niet van de stress af. Misschien helpt het even om je lekkerder te voelen maar uiteindelijk zullen al deze middelen tegen je gaan werken. Probeer ze dus zoveel mogelijk te vermijden, voor je echt verslaafd bent!

Zorg dat je goed slaapt. Makkelijker gezegd dan gedaan, ik weet het. Toch is een goede nachtrust het allerbelangrijkst bij stress. Voldoende slapen is goed voor lichaam en geest. Vermoeidheid maakt dat stress verergert omdat je dan niet meer helder kunt nadenken. Maak voor je gaat slapen even een glas warme anijsmelk voor jezelf of maak een flinke avond wandeling. Zorg dat je rustig bent, voor je je bed in stapt.

Zoek hulp als je er niet meer uit komt. Soms kun je het niet alleen. Dat is echt geen schande. Omgaan met stress is altijd moeilijk, laat staan als de stress door de zware verantwoordelijkheden van het mantelzorgen komt. Het is logisch dat het je soms te veel wordt. Mantelzorgen doen we vaak, naast gezin en werk en dat is vaak heel belastend. Praat er dus over met familieleden of goede vrienden. Vind je dat moeilijk? Zoek dan hulp via je huisarts, een maatschappelijk werker of andere professional.  Het is echt niet gek, soms heb je nou eenmaal even wat hulp van een deskundige nodig. Beloof me in elk geval dat je er nooit in je eentje mee blijft tobben. Je kunt namelijk alleen blijven zorgen voor degene die je dierbaar is, door eerst goed voor jezelf te zorgen.

HOE KUN JE BEGRIPVOL SPREKEN MET EEN DIERBARE MET #DEPRESSIE? #TIPS

Wat zeg je tegen een depressieve dierbare die zijn bed niet uit wil komen? Psycholoog Huub Buijssen (64) schreef een handleiding. Want als naaste ben je écht belangrijk voor het herstel. Margreet Vermeulen van de Volkskrant sprak met hem – dat leverde een intrigerend interview op dat wij graag met jullie delen.

In Nederland krijgt bijna 20 procent van de volwassenen ooit in zijn leven te maken met een depressie. Wat doe je als het om je beste vriend gaat? Met rust laten, omdat hij dat vraagt? Of juist niet? En wat zeg je tegen je depressieve partner die zijn bed niet uit wil komen? Psycholoog Huub Buijssen schreef een handleiding: Als een dierbare depressief is.

Hoe steun je iemand van wie je houdt als die in een depressie raakt? Klinisch psycholoog Huub Buijssen weet uit eigen ervaring en als behandelaar hoe moeilijk dat is. Terwijl de juiste steun van een partner, moeder of vriend meer kan betekenen voor de patiënt dan de hulp van een behandelaar, benadrukt Buijssen. In zijn boek legt hij uit hoe je begripvol communiceert met iemand met een depressie.

Wat maakt het zo lastig goed contact te houden met een depressief iemand?

‘Het begint ermee dat je je bijna niet kunt voorstellen hoe het voelt om depressief te zijn als je het nooit hebt meegemaakt. Je vergelijkt het met hoe het is als je een sombere bui hebt. Daardoor ga je dingen zeggen als: verman je! Dat is alsof je tegen iemand met een gebroken been zegt: ren eens wat harder. Dan ga je voorbij aan wat een depressie is.’

Wat is de kern van een depressie?

‘Dat je bijna niks meer voelt, terwijl emoties – het woord zegt het al – een mens aanzetten tot beweging, actie. Als je dat tot je laat doordringen, snap je dat mensen met een depressie de wil om in beweging te komen kwijt zijn. Hun startmotor is stuk. Ze moeten aangeduwd worden, door hun omgeving.’

Mensen met een depressie slaan vaak alle hulp af.

– Zo erg is het toch niet.
– Er is licht aan het eind van de tunnel.
– Je weet dat dit ook weer overgaat.
– Zo is het nu eenmaal.
– Dit overkomt zoveel andere mensen.

‘Ze zijn ambivalent, zoals alle zieke mensen. Er is de neiging om je te terug te trekken, je hebt alle energie voor jezelf nodig als je ziek bent. Aan de andere kant heb je de ander hard nodig. Het is fijn om een gezicht te zien dat over de rand van de put kijkt. Ook al kun je geen dankbaarheid tonen, de belangstelling doet goed. Als je erg ziek bent, word je weer een beetje kind. Dat kind wil zelfstandig zijn, maar snakt tegelijkertijd naar aanraking, troost. Daarom hoor je de naasten vaak klagen: het is nooit goed wat ik doe. Mijn hulp wordt niet op prijs gesteld, maar als ik afstand neem, is het ook niet goed. Dat klopt. Als een depressief iemand zegt: laat me met rust, moet je dat niet te letterlijk nemen. Dat is een grote valkuil.’

Ligt het niet meer op het terrein van de behandelaar de patiënt te helpen en hem in beweging te krijgen?

‘Ook. Idealiter werkt de behandelaar samen met de omgeving van een patiënt. Maar een behandelaar ziet de patiënt maar een uur per week of per twee weken. Toen mijn broer een depressie kreeg, werd hij elke dag gebeld door een vriendin van hem. Ze bleef net zo lang aan de lijn tot mijn broer uit bed was. Daarvoor heb ik enorme bewondering, want dat kost veel moeite. En ‘s avonds belde ze weer. Een halfjaar lang. Als je dat doet, doe je meer dan een behandelaar kan doen. Toen ik in het psychiatrisch ziekenhuis werkte, was mijn slogan: de sleur sleurt je erdoorheen. Een gestructureerd dag- en nachtritme is essentieel. Vaste tijd opstaan. Vaste tijd naar bed. Vaste tijd eten. Dat kan een behandelaar wel zeggen, maar het is vaak de familie die de patiënt zover moet krijgen.’

Wat doe je als de zieke zegt dat hij zijn bed niet uit wil of niet naar buiten wil?

‘Dat is zó moeilijk, het goede evenwicht vinden. Vriendelijk pushen, zou ik zeggen. Niet betuttelen, niet dwingen maar ook niet opgeven. En dat zonder dat er irritatie in je stem doorklinkt. Want dat voelt iemand met een depressie haarfijn aan. Hij zal het zien als kritiek, waardoor hij verder in zijn schulp kruipt.’

Waar komt die irritatie en dat ongeduld bij de naasten vandaan?

‘Je verzet je tegen de depressie. Je wilt niet dat je naaste zo anders is dan voorheen. Je wilt terug naar hoe het was. En wel zo snel mogelijk. Dat is één. Je moet geduld hebben, maar je hebt geen idee hoelang het gaat duren. Ten slotte: depressieve gevoelens zijn besmettelijk. Je bent bang meegesleurd te worden in de negatieve stemming. Terecht. Als je met een depressief iemand samenleeft, heb je twee keer zo veel kans zelf ook een depressie te krijgen.’

Depressies roepen in de omgeving vaak boze gevoelens op. Hoe komt dat?

‘Boosheid is vaak een joker waar een heel andere emotie achter schuil gaat. Denk aan angst of schaamte of verdriet. De partner die boos is omdat hij alleen de kar moet trekken, is niet boos, maar wanhopig en eenzaam. Die denkt bij zichzelf: hoelang hou ik dit vol? En helaas, wij reageren ons altijd af op degenen van wie we weten dat die ons het laatst in de steek zullen laten, mensen die ons het dierbaarst zijn. Met als gevolg dat het overgrote deel van onze boosheid terechtkomt bij iemand die deze het minste verdient.’

Het is belangrijk het gesprek gaande te houden, schrijft u. Hoe doe je dat?

– Wat erg voor je.
– Ik ga proberen je erdoorheen te slepen.
– Reken op me. Vertel me wat ik moet doen.
– Ik hou van je.
– Dit kost tijd, veel tijd.

‘Praat over de dingen waarover je vroeger met elkaar sprak. Over de kinderen. Hoe het op het werk gaat. Het gesprek met elkaar is één van de ankers als je leeft met een depressie, ook al verloopt het stroever dan normaal. Als je niet meer praat, sluit je de ander buiten. Dan vergroot je de depressie. Je moet mensen erbij houden. De ziekte zelf is ook een belangrijk gespreksthema, niet in de vorm van moeilijke gesprekken, dat houdt de ander niet vol. Jijzelf ook niet. Maar je kunt wel vragen: wat kan ik voor je doen? En dingen aanbieden als: zullen we samen even de hond uitlaten?’

Waarom zijn ongevraagde adviezen taboe? En waarom mag je niet vragen: hoe gaat het met je?

‘Alle adviezen – ook de goedbedoelde – zijn dodelijk. Achter elk advies zit het idee: het kan anders, als je maar doet wat ik zeg. Als het makkelijk was, was het allang gebeurd. Als adviseur plaats je jezelf automatisch boven een ander. Ook funest. De beginvraag ‘hoe gaat het met je’ is een beleefdheidsfrase en wordt in 99 procent van de gevallen beantwoord met ‘goed’. Het is een clichévraag waaruit geen oprechte belangstelling blijkt. Het klinkt al heel anders als je het gesprek opent met een persoonlijke observatie: ‘Vorige week had je het heel moeilijk, hoe is het nú met je?’

U legt nogal wat verantwoordelijkheid bij naasten. Als zij het niet goed doen, verkleint dat de kans op herstel.

Huub Buijssen (1953) is klinisch psycholoog, gezondheidszorgpsycholoog en psychogerontoloog. Al vroeg in zijn loopbaan besefte hij dat familie en vrienden van psychiatrische patiënten een belangrijke steun kunnen zijn. Hij schreef en redigeerde 41 boeken zoals De magische wereld van Alzheimer en De heldere eenvoud van dementie. Het zijn concrete handreikingen om de omgang met psychiatrische patiënten te verbeteren.

‘Een van de belangrijkste voorspellers voor een heropname in een GGZ-instelling wegens depressie, is de houding van naasten. Als de meest betrokken naaste erg kritisch is, zich vijandig opstelt en overdreven emotioneel reageert, is de kans groter dat de depressieve patiënt een nieuwe opname nodig heeft. 

Maakt het verschil of de mantelzorger een man of een vrouw is?

‘Zeker. Mannen die voor een partner zorgen, hebben gemiddeld minder kans op een burn-out. Dat komt doordat ze meer waardering krijgen als ze hun zorgende rol serieus nemen. Verder streven ze minder naar perfectie en hebben ze minder last van schuldgevoel als ze tussendoor ook hun pleziertjes nastreven. Ze volgen als het ware de veiligheidsinstructies in het vliegtuig. Als de zuurstof wegvalt, moet je eerst je eigen zuurstofmasker opzetten en dan pas dat van je kind. Als je zelf niet overeind blijft, kun je onmogelijk voor de ander zorgen.’

ER KOMEN STEEDS MINDER MANTELZORGERS! #NIEUWS #ONDERZOEK

Nu staan er nog 15 potentiële mantelzorgers voor elke 85-plusser klaar, maar in 2040 loopt dit terug naar 6. 

Zal er in de toekomst voldoende mantelzorg beschikbaar zijn voor ouderen? Deze vraag wordt prangend doordat de bevolking in Nederland (versneld) vergrijst in de komende decennia. Uit de eerste analyse van het PBL/SCP blijkt dat er grote regionale verschillen zijn in het kwantitatieve potentieel voor het geven van mantelzorg.

Mantelzorg in kaart brengen

Om de uitdaging voor het kunnen verlenen van informele zorg in kaart te brengen, is door Zwitserse onderzoekers de maatstaf Oldest Old Support Ratio (OOSR) ontwikkeld: het aantal mensen in de leeftijdsklasse 50 tot 75 gedeeld door het aantal mensen van 85 jaar en ouder. Deze indicator wordt gebruikt als maat voor hoeveel mensen potentieel in staat zijn informele zorg te bieden aan één hoogbejaarde. Ook in Nederland blijken de meeste mantelzorgers tussen de 50 en 75 jaar oud en zijn ouderen die mantelzorg behoeven veelal 85-plus.

In 1975 stond de zorgratio voor Nederland nog op 30, maar hierna zette een sterke daling in waardoor het cijfer in 2015 terecht is gekomen op 15. In de toekomst gaat de daling verder en zal in 2040 naar verwachting op 6 uitkomen. Dit betekent dat het aantal potentiële zorgverleners voor elke hoogbejaarde de afgelopen 30 jaren halveerde en de komende decennia nog sterker zal dalen.

Potentieel voor mantelzorg verschilt regionaal

In sommige regio’s zoals in Groot-Amsterdam zijn er in 2040 naar verwachting 8 potentiële mantelzorgers beschikbaar voor elke 85-plusser. Hier staat tegenover dat in sterk vergrijzende regio’s als Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen de indicator juist in 2040 minder gunstig dan landelijk uitkomt, met 5 potentiële mantelzorgers in 2040.

Momenteel is het potentieel voor mantelzorg al laag in gemeenten zoals Laren, Wassenaar, Bloemendaal en De Bilt, waar relatief veel 85-plussers wonen. In 2040 ligt het vooral laag in diverse krimpgemeenten aan de rand van Nederland.

COMBINATIE WERK EN MANTELZORG OOK LASTIG VOOR ZZP’ER

Nederland telt ongeveer 1 miljoen zelfstandige ondernemers. Een op de vijf is ook mantelzorger. Van hen ervaart 44% een (zeer) slechte balans tussen zijn/haar werkzaamheden en mantelzorgtaken en is 58% er door mantelzorg financieel op achteruit gegaan.

Dit blijkt uit het onderzoeksrapport dat Stichting ZZP Nederland en Stichting Werk&Mantelzorg onlangs presenteerden.

VOORNAAMSTE NADEEL

Dat zelfstandige ondernemers met mantelzorgtaken geen aanspraak kunnen maken op allerlei regelingen en faciliteiten wordt als het voornaamste nadeel van het ondernemerschap (88%) ervaren.

Het belangrijkste – door de ondernemers aangegeven – verbeterpunt vanuit de overheid is het financieel compenseren van de verrichte zorgtaken (in welke vorm dan ook).

MANTELZORG AANLEIDING OM ZELFSTANDIG ONDERNEMER TE WORDEN

Een op de vijf van de ondervraagde zelfstandige ondernemers die ooit mantelzorg heeft gegeven, is (mede) een eigen bedrijf begonnen om werk en mantelzorg beter te kunnen combineren. 60% van de respondenten denkt dat zij als zelfstandige gemakkelijker mantelzorg kunnen verlenen dan wanneer zij in loondienst zouden werken.

TIJDGEBREK EN FINANCIËLE PROBLEMEN

Iets meer dan de helft van de ondernemers die mantelzorg verleent, ervaart diverse knelpunten bij de combinatie van werk en zorg. Deze kunnen worden samengevat met één woord: tijdgebrek.58% geeft daarnaast aan financiële problemen te hebben doordat zij door de mantelzorg minder inkomsten hebben.

VOORDELEN

Mantelzorgers die een goed balans tussen werk en zorg ervaren vinden de flexibiliteit om te bepalen wanneer, waar en hoeveel zij werken, het grootste voordeel van het zelfstandig ondernemerschap.

FACTSHEET MET TIPS

Werkt u als zelfstandig ondernemer en bent u mantelzorger? In de factsheet Zelfstandigen en mantelzorg vindt u tips hoe u werk en mantelzorg kunt combineren.

MEER INFORMATIE

Bron. Mezzo.nl

  • De zaanse mantelzorgpas wordt mede mogelijk gemaakt door: